Op 8 oktober zijn er in de Gelderlander twee artikelen verschenen over cultuur en de rol van raadslid van GroenLinks Tobias de Groot en zijn rol in de politiek daarover. Het eerste artikel in het katern Arnhem heeft de titel 'Troetelkind bezuinigt liever duurzaam'. De tekst begint met; Tobias de Groot, gemeenteraadslid voor GroenLinks, is hard op weg die geuzentitel binnen te halen.

Troetelkind bezuinigt liever duurzaam
door Martin Hermens (Gelderlander 08-10-10)

Het troetelkind van de Arnhemse cultuur? Tobias de Groot, gemeenteraadslid voor GroenLinks, is hard op weg die geuzentitel binnen te halen. Cultuurorganisaties en politicus zijn beste maatjes. Zeker nu, in tij den van forse bezuinigingen. De Groot: “Arnhemse cultuur organisaties stellen zich reëel op; ze zijn goed in staat mee te praten over hoe die bezuinigingen moe ten worden ingevuld.” Het gemeenteraadslid heeft de af gelopen jaren veel krediet opge bouwd in de stedelijke cultuurwe reld. Ten tijde van de podiumkunstennota wist hij negen ton bin nen te halen. Nu wordt hij naar vo ren geschoven als de leider in het verzet tegen ‘ondoordachte sloop plannen’. Dat de verantwoordelijke wethouder nu al wil snijden in de destijds fel bevochten podiumnota vindt De Groot onverantwoord. “Die saneringsoperatie leidt ertoe dat er veel kapotgemaakt wordt. Dat moet je als stad niet willen.” En dus sleutelt het jonge raadslid aan ideetjes die moeten leiden tot doordachte keuzes. “Bezuinigen moet je duurzaam doen. Dat bete kent dat je je houdt aan de ge maakte afspraken en de zelf opge legde ambities.”

‘Kunst een linkse hobby? Dat vind ik zo’n onzin’
vervolg, door Martin Hermens (Gelderlander 08-10-10)

Een rots in de branding voor kunst en cultuur in Arnhem. Tobias de Groot van GroenLinks houdt een stevige vinger aan de pols in moeilijke tijden. Hij kan zich verbazen over artiesten die steeds weer nieuwe teksten op kersverse melodietjes zetten. Of komieken die voor hun programma van volgend seizoen nu al de grappen uit hun mouw schudden. “ Ongelofelijk vind ik dat”, zegt Tobias de Groot, Arnhems raadslid voor GroenLinks. “Dat mag toch niet verloren gaan; ik zou het voor geen goud willen missen.” Het motiveert hem in de strijd te gen de komende cultuurbezuinigingen in Arnhem een partijtje mee te blazen. Niet omdat hij vindt dat koste wat kost alles op het gebied van kunst en cultuur in stand gehouden moet worden, wél omdat hij wil voorkomen dat aan de basisbehoefte van de mens aan cultuur voorbijgegaan wordt. Na de eerste discussies over de bezuiniging van 572.000 euro voor de Arnhemse cultuursector is De Groot uitgegroeid tot de leider in de strijd. Niet voor niets: hij liet nog niet zo lang geleden nadrukkelijk van zich horen in de discussies over de podiumkunstennota. “Ik ben niet blij over hoe dat destijds allemaal gegaan is, maar ben toch degene die ervoor gezorgd heeft dat er negen ton extra kwam. Daar ben ik trots op, ja.” Hij noemt het voorval echter niet om zichzelf op de borst te klop pen. “Je bereikt in de p0litiek niets alleen. Het gaat erom dat je samen iets voor de stad doet. Dat is ook mijn drijfveer. Wat dat betreft functioneren deze gemeenteraad en wethouders veel beter dan de vorige. Amendementen op voor stellen worden gezien als verbeteringen en moties als een toegevoegde waarde. Dat was vroeger wel anders.” Toch wacht de stad een lastige strijd. Na de grootste economische crisis in tachtig jaar moet er fors ge sneden worden in de overheidsuitgaven. Cultuur ontspringt die dans niet. “We moeten nu duidelijke keuzes maken en niet met de kaasschaaf overal een beetje weg halen”, zegt De Groot. “ Daarvoor moet je natuurlijk wél goede argumenten op tafel leggen.” De Groot wil het liefst het grote aanbod in Arnhem in stand hou den. “Cultuur is de tweede natuur van Arnhem. Er zijn zoveel Arnhemmers die daar hart en ziel aan geven. Er zit zoveel kwaliteit in de ze stad en die moet je koesteren; je kunt de inspiratie bij die mensen toch niet wegnemen.” En toch zullen er onderdelen sneuvelen. In zijn hoofd borrelen al vol op ideeën over hoe dat dan moet. “Ik probeer kwalitatief goede alternatieven te vinden die haalbaar zijn. Daarvoor luister ik naar wat er in de cultuursector leeft. Af en toe lig ik te draaien en te woelen in bed. Zo van: zou dat kunnen? Dan schrijf ik zo’n plannetje gauw op.” Het geeft hem wel een dubbel gevoel. “De gemeente moet zich hou den aan de gemaakte afspraken en de ambities. Als je bezuinigt, moet je dat duurzaam doen. Voorkomen dat we dingen die we net heb ben opgebouwd, zoals de podium kunstennota, weer weggooien. Te gelijkertijd besef ik dat er dingen gaan verdwijnen. Dat is lastig.” Volgend jaar zullen er, zo ver wacht De Groot, incidentele zaken worden geschrapt. Daarna begint het harde snoeien. Hij wil nu nog niet zeggen wat er in zijn visie kan verdwijnen. Maar een voorbeeld noemen doet hij wél. “ Als je bij voorbeeld zes partijen hebt die kunsteducatie aanbieden, dan moet je je serieus afvragen of je er wel zoveel nodig hebt.” Zijn liefde voor cultuur kreeg hij thuis in Zeist met de paplepel ingegoten. “Er woonde iemand in onze straat die toneelstukken voor kinderen schreef. Ik ging altijd kijken en vond het machtig om te ziet waartoe mensen in staat zijn. Op de basisschool waar ik les geef, zie ik dat ook. Sommige kinderen ploeteren het hele schooljaar met rekenen. Maar als ze mee kunnen doen in de schoolmusical, bloeien ze helemaal op. Dat doet kunst met mensen.” In Tobias de Groot zelf schuilt geen groot kunstenaar, geeft hij toe. “Ik regisseer de schoolmusical van groep acht en die heeft de kwaliteit van een Joop van den Endeproductie. En als leraar ben ik toch ook een beetje een acteur; ik doe gek voor de klas en de kinderen genieten daarvan.” Hij noemt de voorbeelden om duidelijk te maken dat kunst en cultuur, op welke schaal ook, wel de gelijk zin hebben. “Alles opdoeken is de grootste fout die we kunnen maken. Ik denk ook dat niemand in Arnhem dat wil.” Kunst een linkse hobby? “Dat vind ik zo’n onzin”, reageert hij fel. “Een non-discussie. Ik las laatst het idee om eens een heel weekeinde alles op cultuurgebied stil te leggen. Ik ben heel benieuwd hoe de samenleving daar op zou reageren.”